Category: media

Vrijgezel blijven omdat je in bed plast.

Vooral mannen zien soms geen andere uitweg, hoorde Pim Campman in de droogbedkliniek in Meppel.

Met de juiste hulp is de kwaal te verhelpen. Baas worden over je eigen blaas: de een is daar vlotter mee dan de ander. Van de 2-jarigen plast 80 procent in bed of luier; bij 5-jarigen is dat 7 procent en bij 7-jarigen 5 procent. Met het klimmen der jaren loopt dat verder terug. Maar niet tot nul: tussen 80.000 en 160.000 volwassenen in ons land, bijna één procent van de bevolking, houden het ’s nachts niet droog.

Twee van de drie bedplassende volwassenen zijn man, zegt Zwaan Mulder van het Nederlands Droogbed Centrum/Kenniscentrum Bedplassen in Meppel. Hoe dat komt, is onbekend. Al zijn daar wel theorieën over.

De gevolgen zijn vaak vérstrekkend. Mulder: ,,Vooral onder mannen is bedplassen een gigantisch taboe. Vrouwen komen er makkelijker voor uit. Dat zie je ook bij incontinentie. Maar mannen lopen er liever hun hele leven mee rond dan erover te praten. Weinig zelfvertrouwen, sociaal isolement – het komt allemaal voor. Het kan zo ver gaan, dat ze geen relatie durven aangaan. Veel mannen zijn vrijgezel vanwege dit probleem, daar zien wij hier de voorbeelden van.’’

Van bedplassen is sprake als tijdens de slaap geregeld – enkele keren per maand tot elke nacht – ongemerkt een plas wordt gedaan. Meestal is geen lichamelijke oorzaak te vinden. ,,Hoofdreden is altijd dat je niet wakker wordt van het signaaltje dat de blaas vol is,’’ aldus Mulder. Sommige bedplassers hebben een kleine of slecht rekbare blaas, of maken tijdens de slaap meer urine aan dan gemiddeld. ,,Maar daarom hoef je nog niet in bed te plassen. Massa’s mensen moeten er ‘s nachts uit om te plassen. Pas als je niet wakker wordt van dat seintje, heb je een probleem.’’ Voor vast slapen geldt hetzelfde. ,,Bedplassen komt in alle fases van de slaap voor. Vast slapen is niet zozeer het punt, niet wakker worden wel.’’

Stress of emoties kunnen een rol spelen. ,,Is het rommelig in je hoofd, dan kunnen seintjes van de blaas je makkelijker ontgaan.’’ En psychische problemen? ,,Er zijn meer mensen met psychische problemen dóór het bedplassen dan mensen die bedplassen door psychische problemen.’’ Wel kan bedplassen ‘in de familie’ zitten: bij kinderen wiens vader of moeder er last van heeft (gehad), komt het relatief vaker voor.

De Meppelse droogbedkliniek behandelt bedplassers vanaf 12 jaar; de hardnekkigste gevallen, die vergeefs van alles hebben geprobeerd. ,,Van de volwassenen die wij hier krijgen, hebben de meesten heel lang niets meer ondernomen. Ze hebben in hun jeugd te horen gekregen dat er niets aan te doen is en ze er maar mee moeten leren leven.’’ Fout, zegt Mulder: ,,Ik zeg niet dat we iedereen ervan af kunnen helpen. Maar ons succespercentage is 60, 70 procent. Haal je de 14- tot 16-jarigen – die in een turbulente levensfase van uitgaan en feesten zitten – eruit, dan scoren we nog hoger. Wij horen heel vaak verhalen van volwassenen die aangeven dat hun leven radicaal is verbeterd sinds ze van hun bedplasprobleem zijn verlost.’’

Bedplassen in de media

Elke volwassene die we droog krijgen is er één

Incontinentieverpleegkundige Zwaan Mulder hamert er al jaren op dat het bedplassen (bij volwassenen) uit de taboesfeer moet komen. Zij is medeoprichter, coördinator en ambassadrice van het Nederlands Droogbedcentrum van het Diaconessenhuis.

‘Mensen praten makkelijker over seks tussen de lakens dan over bedplassen. Niet meer in bed plassen verbetert de kwaliteit van je leven, je zelfvertrouwen stijgt, je mobiliteit wordt beter. Elke volwassene die we droog krijgen is er één’

Van de volwassen mensen in Nederland plassen er 120.000 regelmatig in bed. Datzelfde aantal is in Nederland nierpatiënt. Het Droogbedcentrum maakte dit cijfer onlangs bekend. ‘Het heeft de media dit jaar wakker geschud,’ aldus coördinator Zwaan Mulder.

BNN besteedde aandacht aan bedplassen bij volwassenen, Zwaan Mulder was op Radio Rijnmond, ze kreeg bezoek van De Telegraaf en SBS maakte opnames voor het programma Hart van Nederland. In het radioprogramma Met het Oog op Morgen was de schrijfster van het boek ‘Natte Lakens Droge Dromen’ Bianca Smits te gast.

Het verschijnen van dit boek, de eerste autobiografie over dit onderwerp, is de aanleiding voor alle aandacht. Het boek werd dit jaar in het Droogbedcentrum gepresenteerd. Het centrum gaf in alle persuitnodigingen aan hoe groot het probleem is in Nederland. Veel media pikten dit op.

Zwaan Mulder: ‘Voor de presentatie nodigden we Catherine Keyl uit die een interview hield met Bianca Smits. Door een bekende Nederlander in te schakelen hoopten we de aandacht te trekken. Ik bedoel dat absoluut niet lullig naar Catherine toe, maar ik geloof dat het getal van 120.000 meer indruk heeft gemaakt dan de naam van Catherine Keyl.’

Sinds de opening in 2003 heeft het Droogbedcentrum in het Diaconessenhuis ruim 400 bedplasssers intern gehad. Van hen waren er naar schatting 100 boven de 18 jaar. Van de honderd volwassenen die in Meppel kwamen, ligt het percentage dat droog geworden is ver boven de 90 procent.

Theorie

Te diepe slaap / wekbaarheid

Uit 24-uurs EEG-registratie is gebleken dat enuresis nocturna zich in alle fasen van de slaap voordoet. Daarom is de wijd verbreide theorie dat kinderen ‘te diep slapen’ onjuist. Kinderen met en zonder enuresis hebben hetzelfde slaappatroon.
In recent onderzoek is aangetoond dat kinderen die bedplassen een hoge wekdrempel hebben.
Ze worden niet wakker op het signaal van een volle blaas waardoor de centraal geregelde beheersing van mictiedrang achterwege blijft. Als men kinderen met enuresis nocturna dan ook nog eens extra wil laten plassen, b.v. voordat de ouders slapen gaan, dan is het van belang ze goed wakker te maken (b.v. door hen iedere avond een ander wachtwoord te laten zeggen).

Psychosociale factoren

Ten aanzien van psychosociale problemen bij kinderen met enuresis is het moeilijk te bepalen wat primair is en wat secundair. Dat bedplassen een lastig probleem is, dat soms verregaande gevolgen kan hebben, is evident, althans voor iedereen die direct of indirect met dit probleem te maken heeft. Zij zijn het er allemaal over eens: bedplassen gaat gepaard met ongemak en kan zelfs leiden tot een totaal verstoord gezinsleven. hoe ouder het kind wordt, hoe groter vaak de schaamte en de kans op stigmatisering en sociaal isolement. Enuresis kan het gevolg zijn van psychische moeilijkheden, maar deze gevallen vormen een minderheid.
Bij secundaire enuresis springt soms wel een psychosociaal moment naar voren (naar school gaan, Sinterklaas, broertje erbij, enz.).
Wetenschappelijk onderzoek naar de psychosociale gevolgen van bedplassen is echter nog schaars. Nederlands onderzoek wijst uit dat kinderen die in bed plassen dit probleem inderdaad beschouwden als één van de ergere levensgebeurtenissen: zij scoorden het bedplassen als derde “ergst” direct na echtscheiding van en ruzie tussen de ouders. Dit in tegenstelling tot hun leeftijdgenoten, die niet in bed plassen, en dit probleem laag op de ranglijst inschaalden.
Uit onderzoek blijkt dat kinderen met enuresis nocturna een duidelijk lager zelfbeeld hebben dan een gezonde controlegroep en zelfs lager dan een groep chronische zieke leeftijdgenoten. Voor wat betreft het “sociaal functioneren” scoorden de bedplassende kinderen eveneens het laagst.
Om na te kunnen gaan in hoeverre psychosociale problemen bij bedplassen secundair zijn aan het bedplassen en niet primair, moet worden gekeken naar het effect van succesvolle behandeling van bedplassen op psychosociale parameters. Hierbij blijkt dat vooral het zelfbeeld van een kind met enuresis nocturna vaak verbetert, of dat gedragsproblemen significant verminderen na een succesvolle behandeling.

Bedplassen kan dus resulteren in gedragsproblemen en een laag zelfbeeld. Dit laatste is vanuit de ontwikkelingspsychologie gezien een belangrijk gegeven: een negatief zelfbeeld kan immers een normale ontwikkeling van sociale vaardigheden en andere psychologische kenmerken in de weg staan.

Beperkte blaascapaciteit / instabiele blaas

Er blijkt nauwelijks verschil in blaascapaciteit tussen kinderen met en zonder enuresis. Het kleine verschil dat wel gevonden wordt, zou ook een gevolg van de enuresis kunnen zijn.
Een instabiele blaas, of een instabiliteit van de m. detrusor, wordt tegenwoordig evenmin als een oorzaak van enuresis gezien. Wel bestaat er een (kleine) groep (3%) van vooral meisjes met enuresis nocturna die, ten gevolge van recidiverende urineweginfecties, een blaas ontwikkeld met een te kleine capaciteit en die te snel contraheert (instabiele blaas).

Urineproduktie ‘s nachts (ADH)

In normale gevallen is de produktie van het antidiuretisch hormoon (ADH, vasopressine) ‘s nachts hoger dan overdag.
Bij kinderen (en ook bij volwassenen) met enuresis nocturna kan er sprake zijn van minimaal verschil tussen de vasopressine-produktie overdag en ‘s nachts. Gevolg is een onverminderde produktie van laag-geconcentreerde urine ‘s nachts en een volle blaas.
Met name door de beschikbaarheid van een vasopressine-analogen, het anti-diureticum desmopressine, staan deze theorie en de medicamenteuze therapie van enuresis de laatste jaren sterk in de belangstelling

Familiaire factoren, erfelijkheid of erfelijke factoren.

Erfelijke factoren kunnen ook een rol spelen bij het ontstaan van bedplassen, met name bij kinderen waarvan één van de ouders of grootouders laat droog was. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat zeventig tot tachtig procent van de kinderen met primaire enuresis nocturna één of meer familieleden hebben die ook in bed plassen of hebben geplast. Vroeger werd dit vooral toegeschreven aan familiaire psychosociale factoren die tot enuresis leiden. Sinds een uitgebreid tweelingenonderzoek, waarbij monozygote tweelingen een veel sterkere concordantie voor enuresis nocturna hadden, bleek de herediteit als zuivere oorzakelijke factor.

In een recent onderzoek zijn bij een groep bedplassers met positieve familie-anamnese sterke aanwijzingen gevonden voor een dominante overerving van primaire enuresis nocturna via een gen gelegen op chromosoom 13q.

Somatische afwijkingen

98% van de kinderen met enuresis nocturna hebben geen somatische afwijkingen!

Dit hoge percentage rechtvaardigt enerzijds een terughoudendheid bij verdergaande diagnostiek, anderzijds moet men om wille van de resterende 2% gespitst zijn op mogelijkheid van onderliggende somatische afwijkingen. Dit geldt met name bij het tegelijkertijd vóórkomen van enuresis diurna.
Mogelijke somatische afwijkingen bij enuresis zijn: urineweginfekties, urologische afwijkingen, neurologische stoornissen (myelomeningocele) en polyurie t.g.v. diabetes mellitus, diabetes insipidus of nier-insufficiëntie.
Ook epilepsie kan een (zeldzame) oorzaak van enuresis nocturna zijn.
Anamnestisch kan vaak een somatische oorzaak vermoed worden. Vaak betreft het dan geen ‘gewone’ enuresis nocturna, maar is er een afwijkend mictiepatroon (imperatieve aandrang, pijnlijke mictie, continu druppelen etc.)